Al op de terugweg
ontmoette ik een muzikante
Ze zat tegenover me
en sprak veel trager
dan mensen meestal spreken
Haar woorden braken
in het midden soms
‘Zuidelijke tongval’
kwam in me op
Ze klonk alsof ze
liever wilde zingen,
spreken een heel gedoe was
Bijna zonde
Ik was op slag benomen
Waar ze vandaan kwam,
was geweest,kwam ik niet achter
in onze uren samen
Ze leek meer onderweg
meer ergens naartoe
Ze zweeg beter dan menig ander
en in haar zwijgend profiel
begreep ik wie haar liefhad
Zelfs als ze dagelijks was,
bleef het haar omgeven
Als de kinderen
die bij wolven opgroeien
en nooit meer helemaal
bij de mensen horen
We aten kroketjes
Ze zweeg beter dan menig ander
en in haar zwijgend profiel
begreep ik wie haar liefhad
Zelfs als ze dagelijks was,
bleef het haar omgeven
Als de kinderen
die bij wolven opgroeien
en nooit meer helemaal
bij de mensen horen
We aten kroketjes
Misschien dat we zelfs lachten
‘s Nachts luisterde ik haar album
sliep niet en verwachtte
de plaat te moeten draaien.
Ze hield van herders
en hun schapen
en van één man
‘s Nachts luisterde ik haar album
sliep niet en verwachtte
de plaat te moeten draaien.
Ze hield van herders
en hun schapen
en van één man
Wist niet waarom
noch of het goed was
Dat hoorde niet bij haar vragen
De nacht hield me wakker
en woelde in mijn buik
Het speet me dat ik ergens
haar taal was vergeten
en woelde in mijn buik
Het speet me dat ik ergens
haar taal was vergeten
Al mijn zinnen begon
met: waarom, waarom.
Uit: De Tweede Afslag
Vejer 2017
No comments:
Post a Comment